— bi logical, jg. 2, nr. 01

Uit de inhoud van bi-logical, jg. 2, nr 1

Interview met Charlotte Hemelrijk
Over ‘Female Dominance’… de harde feiten!

Het onderzoeksgebied van prof.dr. Charlotte Hemelrijk (hoogleraar theoretische biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen) is de zelf-organisatie in sociale systemen. Modellen maken van sociale groepsstructuren bij primaten, visscholen en vogelzwermen is haar core business. In dit interview geven we in het bijzonder aandacht aan de mede door Hemelrijk ontwikkelde statistische toets voor reciproque relaties, toegepast op de sociale dominantie-hiërarchieën bij makaken. Hoe kunnen vrouwtjesapen een dominante positie verwerven? De prangende vraag is of en hoe deze modellen toegepast kunnen worden bij de mens.

Puzzles and Fuzziness: De hemel op aarde - Bram den Hond

In dit nummer een filosofische reflectie over de stelling “In de hemel is geen honger, geen dorst en geen verdriet” en hoe een Turing-achtige, intelligente machine licht werpt op onze diepste drijfveren. En wat de kosmos betreft: hoe ‘relatief’ is ‘absoluut’ eigenlijk? (en vice versa)

Kansloos: van Willem Ruis tot Lucia de B. - Peter Grünwald

Uitspraken van de vorm “deze gebeurtenis heeft X procent kans” zijn in de praktijk vaak betekenisloos. In veel alledaagse situaties kan men eigenlijk niet spreken van “kansen”, hoewel de meeste mensen (inclusief wiskundigen!) dit vaak wel doen. Dit artikel gaat over dit soort “kansloze situaties,” die aan de hand van drie voorbeelden worden besproken:

  • Het 3-Gevangenen Probleem. Een wiskundige puzzel die laat zien dat een eenduidige “kans” soms niet bestaat (Sectie 2, zie bi-logical, jg. 1, nr. 2).
  • Het 3-Deuren Probleem. Een veel bekendere, wiskundige puzzel die laat zien dat onze intuitie hierover vaak verkeerd  is (Sectie 3, zie bi-logical, jg. 1, nr. 2).

In dit nummer van bi-logical gaan we verder met Sectie 4 en 5:

  • Het 1-Gevangene Probleem. Dit is het waargebeurde verhaal van een recente rechtzaak waarin de veroordeling mede op basis van kansberekening is gebeurd. Het laat zien dat onze pogingen om over  “kansen” te praten als die er niet zijn, desastreuze gevolgen kunnen hebben! (Sectie 4)

Vervolgens, in Sectie 5, gaan we meer in het algemeen kijken naar het boeiende gebied van statistiek in de rechtzaal: zijn er überhaupt situaties in de rechtzaal waarin het gebruik van kansberekening te rechtvaardigen valt? En wat denken statistici hierover? Zoals we zullen zien, zijn er hierbij nogal wat controverses. Zo is er onenigheid tussen statistici over de vraag of het in bepaalde situaties gerechtvaardigd of zelfs wenselijk is bepaalde data weg te gooien. Ook is er onenigheid over de vraag hoe met DNA evidentie om te gaan, wanneer een “verdachte” gevonden is door te zoeken in een grote database met DNA profielen. De algemene conclusie zal zijn dat, ondanks alle onopgeloste moeilijkheden, het gebruik van statistiek in de rechtzaal soms toch wenselijk en in feite onvermijdelijk is.

  • bi-logical_nr2-jg1_P13-17.pdf
  • bi-logical_nr1-jg2_P16-21.pdf
  • Jean Brachet, de onzekere wegen en messenger RNA - Wilfried Allaerts

    MNRAReeds vóór het uitbreken van wereldoorlog II, of vóór het einde daarvan, had Jean Brachet (1909-1988) een aantal wetenschappelijke doorbraken van formaat gerealiseerd: de ontdekking dat DNA én RNA in alle cellen voorkwamen zowel bij planten als bij dieren en dat na elke celdeling evenveel overbleef; de ontdekking van microsomen (nagenoeg tegelijk met Albert Claude [1899-1983] in New York) en vooral het inzicht dat RNA (en niet DNA) verantwoordelijk was voor eiwitsynthese.
    Brachet en Raymond Jeener (1904-1995) stonden aan de wieg van de moleculaire biologie op het Europees vasteland. De oorlogsmachine van het Derde Rijk walste daar hard overheen, maar kon niet voorkomen dat hun resultaten her en der gepubliceerd werden… in het Frans, uiteraard. Brachet en Jeener exploreerden enthousiast en onverschrokken alle bereikbare biologische systemen, van virussen, muizen, kikkers, groene algen tot zeeëgels, om de kiemen te leggen voor wat spoedig ‘moleculaire biologie’ zou heten. Na de oorlog kwamen nieuwe spelers in het veld. Met aanvankelijke scepsis en de nodige fijnslijperij begon Jacques Monod (1910-1976) in Parijs aan een nieuw cartesiaans bouwwerk, het ‘centrale dogma’ van de moleculaire biologie kreeg zijn stempel.
    Verder lezen we hoe Brachet in 1949 persoonlijk afrekende met de ideeën van Trofim Lysenko (1898-1976) en over de gevolgen van dit gesprek tijdens Brachets verdere loopbaan.

    [in het Engels: “Highlighting the messenger (RNA). Role of Jean Brachet and the ‘Rouge-Cloître Group’ in the discovery of messenger RNA.” By Wilfried Allaerts]

    Krachtig Meesterschap: de nieuwe bèta’s - Chris van Weert

    Al vijftien jaar is de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar een terugkomend thema in onderwijsbeleid. In de analyse van het rapport Leerkracht! (Advies van de Commissie Leraren, 2007) zijn drie factoren benoemd die de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het lerarenberoep bepalen, (1) de beloning, (2) de mogelijkheid voor verdere ontwikkeling als leraar en (3) een professionele schoolorganisatie die dit ondersteunt. Dit stukje gaat over (2); zoals het in het rapport van de commissie leraren staat ‘sterk leraarschap begint bij een goede leraar’. Een breed initiatief van de bètaberoepsverenigingen, de bètaverenigingen van leraren en de bètafaculteiten wil hieraan een bijdrage leveren.

    The quality of an education system - Maarten Tas
    (Masters level in teacher education)

    In this article the requirements in different European countries for teacher education at secondary school are compared. In 2001 the National Framework for Higher Education Qualifications in England, Wales and Northern Ireland stated that postgraduate qualifications needed to show evidence of study at Masters level. For the one year trainee to become a teacher following the Post Graduate Certificate of Education (PGCE) course, there was a concern to keep the status of the term ‘post graduate’.  The options now available are the PGCE, which contains Masters level credits, and the Professional Graduate Certificate of Education (note this also abbreviates to PGCE) at Honours level.

    Fosfodiesterase remmers: meer dan alleen Viagra - Jos Prickaerts

    Fosfodiesterase (PDE) remmers zijn stoffen die de activiteit van PDEs remmen. Er zijn 11 families van PDEs (PDE1-PDE11) die de second messengers cAMP en/of cGMP afbreken. PDE remmers remmen selectief één of meer PDEs. Tot op heden is de meest gebruikte toepassing die van drie PDE5 remmers voor de behandeling van een erectiestoornis. Recentelijk is daar pulmonale arteriële hypertensie bijgekomen. Er worden twee PDE3 remmers voorgeschreven bij respectievelijk hartfalen en perifeer arterieel vaatlijden. Op dit moment zijn er verschillende PDE remmers in ontwikkeling met mogelijke toepassingen bij nierfalen, ontstekingsziekten zoals astma, chronische bronchitis en longemfyseem, de ziekte van Alzheimer, depressie of schizofrenie. De toekomst van PDE remmers als behandeling voor specifieke aandoeningen hangt af van in hoeverre men in staat zal zijn om bijwerkingen te beperken binnen de effectieve doseringen.

    Dit is een selectie van de artikelen en andere bijdragen in bi-logical jg. 2, nr. 1, juni 2009. Voor het bestellen van losse nummers en jaarabonnementen gelieve gebruik te maken van de aanvraagformulieren op deze site.

    Leave a Reply